MINOR WEEK 3: KITTY VRAGEN

Vragen ter voorbereiding week 3 “De nieuwe professional”

1. Wat houden de begrippen ‘transitie, transformatie, participatiemaatschappij en burgerkracht’ in?

Transitie: Een transitie is een structurele verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.

Transformatie: Het woord transformatie heeft over het algemeen te maken met het overgaan van de ene vorm in de andere vorm. Participatiemaatschappij: Een participatiesamenleving is een samenleving waarin iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leven en omgeving, waarbij de (landelijke) overheid geen of slechts een faciliterende rol speelt.

Burgerkracht: De term ‘burgerkracht’ zou men ook wel weergeven kunnen worden met de termen ‘eigen kracht’, ‘zelfsturing’ of ‘empowerment van de burger’. Burgerkracht is kracht en inzicht gebaseerd op de authenticiteit van burgers. Burgers nemen de regie (weer) in eigen handen, de burger staat weer centraal. Burgers streven meer naar een doe-het-zelf samenleving, minder een klant en consument zijn, meer eigenaar.

(bron: Wikipedia)

2. Beschrijf in 1 á 2 a-4 hoe jij zelf als (toekomstig) professional naar deze transitie kijkt?

Waar liggen volgens jou kansen voor ouderen (en jongeren en verbindingen tussen generaties) met de veranderende wet en regelgeving en het ‘nieuwe’ denken? Hoe denk jij dat we deze kansen kunnen benutten? Hoe kunnen we eventuele bedreigingen het hoofd bieden?

De ouderen van de toekomst zullen steeds makkelijker omgaan met ‘veranderingen’ in de zorg. De generatie ouderen later weet al heel lang dat ze langer thuis moeten blijven wonen. Ze kunnen zich er al langer op voorbereiden. De zorg zal steeds meer uitgaan van wat iemand nog zelf kan en de omgeving en dan pas hulp aanbieden. Daarbij is het denk ik belangrijk ouderen niet weg te stoppen in een ouderenwoning maar juist tussen alle generaties zodat iedereen in de wijk elkaar kan helpen.

3. In hoofdstuk 6.3.4 wordt het begrip ‘empowerment’ toegelicht volgens Omlo, als een begrip / zienswijze wat we op micro, meso en macro niveau moeten hanteren. Wat zou de schrijver hiermee bedoelen? Licht je antwoord toe met minimaal 1 concreet voorbeeld.

De aandacht zal steeds meer verlegd worden naar een participatiesamenleving, waarin iedereen een bijdrage levert en zorgt voor elkaar. Spelers in deze samenleving zijn de overheid (macro), organisaties en gemeentes (meso) en de bevolking zelf (micro).

Ben jij bereid om in de toekomst anderen zoals familie maar ook buren etc te gaan helpen? Hoe zie je dit voor je en wat verwacht je terug?

Het is ontzettend belangrijk om elkaar te kunnen helpen, niet alleen in de toekomst. Ik ben zeker bereid om mijn familie en buren te helpen mits ik die hulp ook terug krijg. Kleine klusjes zijn geen probleem maar grote opdrachten worden wel moeilijker. Ik verwacht op het moment dat ik iets voor iemand doe niet veel terug, bedankt ik vaak al genoeg.

Hoe wordt er in jouw omgeving gesproken en gedacht over alle ontwikkelingen (WMO, WLZ, participatiesamenleving etc)?

In mijn omgeving wordt er niet echt over gesproken, omdat ik in een kleine wijk woon is het vanzelf sprekend dat we de buren kennen en elkaar uithelpen wanneer nodig is.

Beargumenteer je zienswijze over de volgende stellingen:

Stelling 1: “De participatiesamenleving is een utopie, de burger moet vooral zelf zorgen dat hij zelfredzaam is. Iedereen heeft het toch veel te druk om nog meer mantelzorg, informele zorg te geven! ”

Mee eens en oneens. Natuurlijk heeft iedereen het veel te druk om gehele zorg uit te oefenen maar met de kleine klusjes en bijdrage kom je al een hele weg. Het is niet zozeer de hulp maar ook het aanbieden ervan wat de hulpbehoevende beter laat voelen.

Stelling 2: “Als iedereen gewoon een beetje meer voor elkaar en zijn omgeving zorgt, dan komt het wel goed na alle veranderingen op het gebied van Zorg & Welzijn, mensen moeten niet zo zeuren.”

Mee eens. Als iedereen een beetje op elkaar let komen we al een hele weg. Er worden zoveel uren en kosten gestopt in de arbeidsuren van professionele zorg wat niet eens nodig is. Door elkaar een beetje te helpen worden er al veel problemen opgelost.

Stelling 3: “Over 10 jaar is Nederland een zorgzame samenleving waarin het vanzelfsprekend is dat jong en oud voor elkaar en met elkaar zorgen.”

Niet mee eens. Je zou nog niet kunnen spreken over wat er over 10 jaar gebeurd. Op het moment leven we in een samenleving waarbij zowel technologie als samenwerking belangrijk is geworden. We weten alleen nog niet waar het over 10 jaar naartoe draait. Gaan we meer richten op samenwerking en innerlijke krachten of laten we het allemaal maar gebeuren door de technologie?

Advertisements